De Brexit Overeenkomst Negeert de Burgerrechten van Britse Burgers in de EU

citizens

Terwijl 23 juni 2016 de boeken in zal gaan als een van de zwartste dagen in onze levens, als EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk en als Britse staatsburgers in de EU, zal ook de aankondiging van een last-minute overeenkomst over het “verzekeren” van burgerrechten, opgenomen worden in dit lijstje als “heel donkergrijs”.

Twee zaken komen in ons op wanneer we het resultaat van deze deal analyseren. Over de timing van de overeenkomst: niet zo lang geleden waren er nog grote kloven tussen de respectievelijke standpunten van de EU en het VK, die verband hielden met vele aspecten van de burgerrechten. Deze grote verschillen werden op miraculeuze wijze overbrugd, een week voor de EU-meeting waarin beslist zou worden of de tweede fase van de onderhandelingen van start zou mogen gaan, en die uitgebreid besproken werd in de pers. Durf ik hardop te vermelden dat de economische aspecten uit fase 2 voorrang gekregen hebben op de morele aspecten die deel uitmaakten van fase 1?

Ik woon en werk al sinds juni 1999 in Nederland, een van de 27 lidstaten van de EU. Moet ik nu mijn verblijfsrecht aantonen en daarbij voldoen aan alle bepalingen uit de procedure? Het maakt me niet uit hoe “gestroomlijnd” de procedure is, het blijft een administratieve procedure. Voor veel mensen zal dit fout aflopen – een ontbrekend formulier hier, te weinig details daar, een administratief medewerker die de betekenis van een wet fout interpreteert die hij zelfs niet volledig gelezen heeft, laat staan dat hij ze ook begrepen heeft. Onze rechten toekennen door simpelweg onze namen te bevestigen op een lijst, zou logischer zijn, aangezien de meesten van ons – naar ik aanneem- al op de een of andere wijze geregistreerd zijn bij de lokale autoriteiten of andere organisaties. Dit mag dan misschien logisch zijn, maar advocaten en politici delen niet altijd dezelfde naïeve logica als de gewone EU-burger.

Wat meer stresserend is, en compleet genegeerd wordt in deze overeenkomst, is het feit dat inwoners van het VK die werken in een van de 27 EU Landen, niet het recht verworven hebben om naar een andere lidstaat te verhuizen en dus “vast” komen te zitten in de lidstaat waarin ze zich bevinden op het ogenblik van de officiële Brexit. Voor sommigen zou dit een echte bedreiging kunnen vormen voor hun bestaan.

Ikzelf heb geluk omdat ik beschermd wordt door mijn Frans staatsburgerschap. Het feit dat mijn beroepskwalificaties erkend zullen blijven na de Brexit, is ook een geruststelling. Maar de Brexit gaat over vele individuele gevallen, waarvan elk zijn eigen specifieke omstandigheden en details heeft, en zou potentieel een invloed kunnen hebben op alle burgers van het VK die in de 27 EUR-landen leven. Dit is de reden waarom we moeten blijven vechten en we de overeenkomst tussen het VK en de EU in zijn huidige vorm niet mogen aanvaarden. We hebben het allemaal nodig om beschermd te worden in elk aspect van onze dagelijkse levens.

Hoewel het VK misschien toegevingen gedaan heeft aan de EU door het Europees Hof van Justitie te erkennen, heeft de EU de bewegingsvrijheid van Britse staatsburgers verminderd die op dit moment al in de 27 EU-landen leven. Door dit te doen heeft ze sommige van haar eigen burgers gestraft, door hen een van de vier fundamentele vrijheden te ontzeggen die de echte ziel vormen van de EU. Een kleine prijs om te betalen, lijkt het wel, voor het verwachte behoud van een lucratieve markt.

Onze rechten werden ingeperkt. Als ik geen Frans staatsburgerschap zou hebben, zou ik niet terug kunnen keren naar Frankrijk als ik dat zou willen – zelfs al heb ik daar gedurende 15 jaar gewoond. Dat is wat ik niet begrepen heb uit de woorden van Guy Verhofstadt. Het garanderen van de rechten van alle burgers, voor Britse staatsburgers die in de 27 EU-landen wonen, zou niet over politiek of economie mogen gaan, maar over iets veel belangrijkers. Het zou moeten gaan over op het dak van je wagen zitten en het landschap rondom je bewonderen, verhuizen van een plaats naar de andere, nooit stoppen tot je zonder brandstof valt. En dat, wanneer dat gebeurt, het land waarin je je bevindt, je zal aanvaarden, en ervoor zal zorgen dat je je thuis voelt en je werk geeft. Natuurlijk hebben alle lidstaten regels, en is gastvrijheid niet geheel vrijblijvend. Maar het basisprincipe waardoor mannen, vrouwen en kinderen kunnen reizen en werken, in het ene en vervolgens het andere land, blijft hetzelfde en mag niet in twijfel getrokken worden. Deze rechten zijn niet enkel verworven, ze zouden inherent en erfelijk moeten zijn. Dit betekent dat elke EU-staatsburger deze rechten zou moeten kunnen doorgeven aan zijn kinderen, en de kinderen van zijn kinderen, tot in het oneindige – wat de omvang van de kracht van het Europese project duidelijk weergeeft.

Ongelukkig genoeg, werden de morele aspecten die de basis zouden moeten vormen voor de eerste fase van de Brexit-onderhandelingen vervangen door de economische standpunten uit de tweede fase. De inzet is hoog, en de potentiële ondergang van de EU-economieën vormt een reële bedreiging voor het fragiele economische herstel dat momenteel aan de gang is in de Europese Unie. Landen zoals Nederland zouden het meest risico lopen door een harde Brexit. Het VK is de derde grootste handelspartner van Nederland en zorgt voor 3% van de totale werkgelegenheid en ruwweg 3% van het nominale BBP van Nederland. Dat laatste zou met 2-3 procentpunten kunnen verminderen na de Brexit. Tot nu toe houdt de EU stevig vast aan haar economische principes. Het Verenigd Koninkrijk zal de integriteit van de interne markt niet mogen ondermijnen, door een speciale economische status te verkrijgen. De vraag blijft voor hoe lang.

Nu we overgaan naar fase 2 van de onderhandelingen, zullen sommigen menen dat de burgerrechten in kannen en kruiken zijn. Maar niet is minder waar. We mogen de clausule niet vergeten waarin staat dat de details van de overeenkomst nog kunnen wijzigen. Afhankelijk van de vooruitgang in de gesprekken over de handelsovereenkomsten, kunnen de fijne details met betrekking tot de burgerrechten opnieuw op de onderhandelingstafel komen en is het goed mogelijk dat deze gewijzigd worden, afhankelijk van de omstandigheden. Ik ben ervan overtuigd dat zowel de EU als het VK wanhopig op zoek zijn naar een handelsovereenkomst, ondanks de uitlatingen hierover van beide zijden. Deze wanhoop wordt geïllustreerd door de plotse overeenstemming van beide zijden in de eerste fase van de onderhandelingen.

De Europese Unie heeft een gemeenschappelijke missie om rechten toe te kennen, te verbeteren en uit te breiden en ze niet te beperken. We zullen nooit instemmen met de retroactieve opheffing ervan. Het Europese parlement zal zich het recht voorbehouden om elke overeenkomst af te wijzen die EU-burgers, los van hun nationaliteit, minder goed behandelt dan ze nu behandeld worden. Dit is een kwestie van fundamentele basisrechten en waarden die de kern vormen van het Europese project.  – Guy Verhofstadt

Zij die opgelucht zijn dat er een deal gesloten is, dienen hun ogen te openen voor de harde realiteit. De bereikte deal over burgerrechten, is geschreven op gerecycleerd papier en nobele EU-idealen werden uit het originele script verwijderd. In de plaats daarvan is een tekst gekomen die niets zegt en zelfs nog minder betekent. Voor de hardwerkende coalitie, British in Europe, “is de deal nog slechter dan verwacht.” De woorden van Guy Verhofstadt lijken nog minder concrete betekenis te hebben dan ooit. Neen, de kwestie over de burgerrechten is niet in kannen en kruiken – ze werden onder de mat geveegd, en het risico bestaat dat ze nog meer vertrappeld zullen worden.

Het is goed om te zien dat er voldoende vooruitgang werd gemaakt bij de Brexit-onderhandelingen over de burgerrechten, de financiële aspecten en de (Noord) Ierse grens. – Mark Rutte

Wel Mark, als jij het zegt. Laat ons nu een economische deal sluiten die even slecht is als degene die gesloten werd voor de Britse expats…

 

mm

gskaye